En natuurlijk moet er op onze kennismaking een glas worden gedronken. Het is per slot van rekening al elf uur ‘s-ochtends. Faure schenkt een glas en ik mag raden wat hij aanbiedt. Het ruikt naar amandelen. Het is een mengsel van witte wijn en eau de vie waaraan suiker en bladeren van de perzikboom zijn toegevoegd. Hoe langer dit trekt, hoe beter. Wat we drinken is drie tot vier jaar oud. Een tweede glas moet kunnen, aldus Faure. Il n’ y a pas de gendarmes ici. En voor Tineke krijg ik een andere fles mee om ook te proeven. De tweede keer serveert hij notenwijn.
Les racines
Faure is op 23 januari 1943 geboren in de slaapkamer van het huis waar hij thans in woont; hij heeft zijn leven lang in het huis gewoond. Zijn vader is geboren op 30 oktober 1902; zijn moeder op 5 april 1906; beiden zijn in de Ardèche geboren. Rond 1932 zijn ze naar Peyrette gekomen. Zijn ouders zijn inmiddels overleden.
Faure ging te voet naar de école laïque (niet-religieuze school) in Saint-Fortunat. Faure was protestant. De kinderen uit Pelet gingen naar een andere school. Direct na het behalen van zijn certificat d’étude (hij was toen 14) ging hij aan het werk. Eerst bij diverse bedrijven in de buurt van het huis, later in een fabriek in La Voulte. Er waren meer mensen in de buurt die daar werkten. Ze reden bij toerbeurt met een auto naar La Voulte. Hij was in totaal 30 jaar in loondienst.
De dienstplicht ving aan op de leeftijd van 19 jaar en 6 maanden en duurde in zijn geval 14 maanden. Faure is als militair in de volgende Franse koloniën geweest: Ivoorkust, Algerije, Senegal en Dakar. De reis naar Ivoorkust werd per boot gemaakt en duurde 25 dagen. Hij is altijd ongehuwd gebleven: les femmes c’est pénible.
La maison van Faure
Het huis is volgens een inscriptie in een balk in de woonkamer gebouwd in 1766. Zijn ouders huurden het van bakker Crumière in Saint-Fortunat op basis van moitié/moitié: de ene helft van de productie was voor de grondeigenaar, de andere helft voor de bewerker van de grond. Crumière was volgens Faure de rijkste man van Saint-Fortunat; hij bezat een tiental boerderijen. Faure heeft het huis (toen een ruïne) met ongeveer 4 hectare in ± 1984 gekocht voor FFR 150.000. Hij heeft het zelf verbouwd. Het uiterlijk is gelijk gebleven; binnen zijn enkele muren gesloopt. Het bestaat uit een grote keuken, een salon met meubels uit echt vervlogen tijden en drie slaapkamers. De kleine vensters zijn vervangen door grotere met dubbele beglazing. Vroeger hadden de huizen kleine vensters tegen de koude en de hitte.
Iets over de streek
De streek was arm. Elk gezin hiel 2 à 3 geiten voor de melk en de kaas; ongeveer 10 konijnen, 4 à 5 kippen en ongeveer evenveel hanen; een varken voor het vlees, de worsten en het spek. De kippen liepen vrij rond en werden niet bijgevoederd, dus (zoals Faure formuleert) een hoog rendement. Het houden van koeien was niet mogelijk omdat er te weinig gras groeide. Men kwam aan geld door de verkoop van perziken en kersen. Châtaigniers waren belangrijk voor de consumptie. Het brood werd vroeger zelf gebakken in een oven gebouwd tegen de buitenzijde van het huis. De moeder van Faure maakte jam van alles wat de natuur ons biedt; dus van peren, vijgen, perziken en kersen. In de jeugd van Faure ging zijn moeder twee keer per week naar Saint-Fortunat om daar de nodige inkopen (waaronder brood) te doen. Aardappelen werden zelf verbouwd. De grond diende om te eten, aldus Faure.
Diversen
Over de familie Mounier weet hij niet veel te vertellen. Mevrouw Mounier had een poste TSF: zij ontving radio; werkelijk een wereldwonder. Germaine Henri (dochter van Mounier) had inderdaad drie kinderen. Faure heeft recent contact gehad met de kinderen. Hij merkt op dat de winters vroeger veel kouder waren. Het was bepaald geen zeldzaamheid dat het hard vroor en dat er 40 centimeter sneeuw lag. In het middelste huis van Ylstra werd tijdens de winter 2 tot 3 keer door een protestantse dominee een dienst gehouden. In de andere jaargetijden hadden de bewoners het daarvoor te druk. De bewoners stonden op bij het rijzen van de zon en waren altijd aan het werk. La vie était dur.