Verslag van een gesprek met onze buren Bouke en José Ylstra op 26 juni '03

Bouke en José waren de eerste Nederlanders in het hameau (gehucht). In 1971 werden ze eigenaar van het meest oostelijke huis. Kort voordien was de D265 nog een smal zandpad. Daarom hadden de bewoners van dit gebied in die tijd meestal een muilezel en een muilezelwagen. De weg werd ± 1970 geasfalteerd en daarna diverse keren (het laatst in 2002) verbreed. In 1974 verkochten Bouke en José het huis aan Pim en Janneke van Boxsel, omdat ze het huis naast het onze hadden gekocht.

In 1973 kwam de oude mevrouw Mounier bij herhaling langs bij Bouke en José. Zij was toen eigenaar van ons huis. Ze ging naar een maison de retraite en bood het huis met complete inboedel (antiek) te koop aan voor FFR 11.000. Gelet op de toenmalige koers vertegenwoordigt dat een tegenwaarde van NLG 5.500.*1 Uiteindelijk werd het huis door een makelaar gekocht, die er een nieuw dak opzette en het vervolgens voor NLG 30.000 doorverkocht aan Max Simonis. Van de inboedel maakte deel uit een kast die prompt NLG 18.000 opbracht.

Een enkel woord over de nutsvoorzieningen. Elektra was hier van meet af aan.
Telefoneren naar Nederland kon vanuit de kroeg. De tijd tussen het aanvragen van een gesprek en het tot stand brengen van dat gesprek was ten minste twee uur. Dit lijden werd in de regel verzacht door het nuttigen van één of meer consumpties. Water was een probleem. In het ravin naast het meest oostelijke huis kwam water naar beneden uit een hoger gelegen bron. De bewoners van het hameau waren aangewezen op het gebruik van dit eau de source (bronwater). Het voldeed aan eisen aan drinkwater te stellen. Mij werd niet duidelijk of en hoe de vroegere bewoners het water opsloegen.*2

Ondertussen was bij elk huis een opslag voor het eau de source gebouwd. In het ravin werd op enkele plaatsen een uitgraving gemaakt. Iedere eigenaar claimde zijn eigen uitgraving en in de betreffende uitgraving werd door elke eigenaar een slang aangebracht. De slang tussen de uitgraving en de opslagplaats van het water zorgde door het principe van valdruk voor het transport van het water uit het ravin. Max Simonis heeft de wateropslag (18 m3) met daar bovenop het gastenhuis bij ons huis gebouwd. De bouw van het gastenhuis werd betaald door de zijn zuster; afspraak was dat zij daarom een gebruiksrecht van het gastenhuis kreeg. Max Simonis verbouwde voor ± NLG 150.000 aan ons huis. Vanwege een verhuizing bood hij het huis te koop aan. In die tijd was er weinig belangstelling voor het huis. Het duurde daarom 3 jaar voordat Wim van Werkhoven in 1993 het huis kocht.

In het hameau ontstonden discussies over het eau de source. Dit kan als volgt worden verklaard. Enerzijds leverde de bron minder water, anderzijds legden de bewoners meer beslag op het water. Een voorbeeld van toenemend beslag op het water was de opslag van water bij elk van de huizen en de bouw van een zwembad door één der eigenaren. Die discussies hadden hun weerslag op de onderlinge contacten tussen de bewoners van het hameau.

Het was altijd mogelijk om een individuele telefoonaansluiting te krijgen; in 1998 kon het eau de source worden vervangen door het eau de la ville (waterleiding).

De schrijfster Marga Minco heeft enige tijd gewoond in het hameau Les Combes.

Geautoriseerd door Bouke Ylstra op 4 juni ‘03.

*1 De koersverhouding Franse franc en Nederlandse gulden was toen ongeveer 2 op 1.
*2 Volgens de locale bevolking gaf de bron ook in de zomer genoeg water. Er was daarom minder aanleiding om water op te slaan.
*3 Vanaf ons terras gezien het gehucht dat ‘boven’ de brug in Dunières-sur-Eyrieux ligt. De vertaling van Combe: diepe vallei, diepe terreininzinking.

Terug naar Verhalen over Salée -->